Reglementen

 

 

 

Aanpassing reglement en internreglement volgend seizoen 2016 - 2017

 

 

1) Intrap & hoekschop:

De bal moet op de zijlijn gelegd worden op de plaats waar hij is buiten gegaan.

De bal is in het spel zodra hij de lengte van zijn omtrek heeft afgelegd binnen het speelveld.

De bal moet stil liggen en mag niet in het speelveld liggen.

Een intrap is altijd een onrechtstreekse vrije schop.

Een hoekschop is altijd een rechtstreekse vrije schop.

 

2) Invullen wedstrijdblad:

 

Het wedstrijdblad moet 5’ voor aanvang van de wedstrijd ingevuld te zijn.

Dit wil ook zeggen de nummers van de spelers moeten vermeld staan!!

Indien men het niet invult, dus 5' voor aanvang krijgt de ploeg die in gebreken is, voor de eerste maal een waarschuwing.

Deze wordt genoteerd door de zaalverantwoordelijke op het wedstrijdblad.

Vanaf de DERDE inbreuk zal er een FORFAIT worden uitgesproken.

 

3) Aantal spelers op spelerslijst

 

Vanaf het seizoen 2016 – 2017 mogen er maar 20 spelers op de spelerslijst staan. 

 

4) Indien gelijke stand einde competitie

De ploeg die over het totaal van de wedstrijden van haar reeks de meeste punten behaalt,

wordt eerste gerangschikt.

Wanneer verschillende ploegen evenveel punten, bekomen worden ze in de rangschikking

gescheiden door achtereenvolgens in aanmerking te nemen :

 

A.     Doel saldo

B.     Meest gescoorde doelpunten

 

Er is één uitzondering:

Voor het toekennen van de kampioen in de beide reeksen,

Indien de ploegen met gelijke punten eindigen in hun reeks zal er een testmatch gespeeld worden.

 

5) Inschrijvingsformulier 2016 – 2017

 

Vanaf het seizoen 2016 – 2017 MOET het inschrijvingsformulier elektronisch ingevuld zijn.

Iedere ploeg krijgt per email een inschrijvingsformulier deze wordt teruggestuurd naar

Caers Paul

paul.caers2@telenet.be

 

Spelers zijn toegelaten indien de speler op het inschrijvingsformulier staan en het pasje voorzien is van een recente foto,

en dit tot 31/12  van het lopende seizoen

 

6) Gele kaart

Een speler wordt geschorst indien deze speler zijn 2 gele kaart krijgt, deze speler wordt onmiddellijk geschorst voor de volgende wedstrijd van zijn ploeg.

De schorsingen worden vermeld op de website:

 

www.lintsezaalvoetballiga.be

 

Gelieve deze regelmatig te raadplegen !!!!! men kan deze volgen op de rubriek gele en rode kaarten.

Elke gele kaart na de tweede gele kaart zal een wedstrijd schorsing tot gevolg hebben.

Deze kunt u ook raadplegen op de site.

 


1) speler moet zowel op de spelerslijst staan en spelers pas moet voorzien zijn van   een recente foto ! nieuwe spelers worden elektronisch doorgestuurd naar (paul.caers2@telenet.be)

 2) forfaits -- bij een 1e  forfait betaal je 25,00 € en de 2de forfait betaal je 50,00 € en de derde gaat de ploeg onvermijdelijk uit kompetitie.

     ook krijg de ploeg een forfait wanneer er misbruik gemaakt word van de spelerpasjes en de spelerlijst.

     de eerste 25,00 € wordt van de waarborg genomen de volgende forfait 50,00 € moet tegen de volgende wedstrijd gestort worden of cash betaald.

 3) Op het wedstrijdblad mogen 8 spelers en 2 aangesloten verantwoordelijke staan

     geschorste spelers mogen niet op de spelers bank zitten

 4) Bij het elektronisch opsturen van de spelerslijst moet klaar en duidelijk de kleuren op - en blijven voor gans het seizoen !!

 5) wanneer de kalender gemaakt is kan een ploeg  geen wedstrijden verplaatsen !!

 6) we voorzien ook een beker tornooi !!! .

 

Vervangen van doelwachter tijdens een wedstrijd

 

A – Dit moet aangevraagd worden door de kapitein.

B – Moet de bal uit het spel zijn geweest.

C – Moet de vervangende speler een ander kleur van trui aan doen.

ALS JE VOLDOET AAN (A, B, C) MAG JE DEZE WISSEL DOEN.

Strafschop

A – Strafschop mag genomen worden vanwaar je wilt.

Er wordt gespeeld volgens de reglementen van de Lintse Liga.

 

Intern reglement

Naar boven

 


 

 

Reglement

 

 

Nieuw:

 

Trap langst achter, zonder lichamelijk contact is altijd een O.V.T. (onrechtstreekse vrije trap).

Indien deze fout in het zes meter gebied gebeurd, word de O.V.T. op de zes meter lijn gegeven.

 

Regel 1 - De bal.

 

De bal moet rond zijn. De buitenbekleding moet van leder of ander gelijkwaardig geschikt materiaal gemaakt zijn.

Materiaal dat gevaarlijk voor de spelers zou kunnen zijn, mag niet gebruikt worden. Vilten ballen zijn verboden.

De bal moet een soft bal zijn.

 

Regel 2 – Doel- en strafschopgebied.

 

Het doel- en strafschopgebied zijn begrensd door: de doellijn en een lijn van drie meter getrokken op zes meter voor het doel en evenwijdig met de doellijn en die aan beide uiteinden verbonden is door een kwartcirkel met een straal van zes meter waarvan het middelpunt gelegen is op de binnenzijde van de achterkant van iedere doelpaal.

 

Regel 3 - Artikel 1 – Aantal spelers.

 

Het spel wordt gespeeld door twee ploegen elk bestaande uit maximum 8 spelers, waarvan er maximaal vijf spelers op het veld staan. Bovendien moet één van die vijf de doelverdediger zijn.

 

BIJZONDERE INSTRUCTIES

 

Een wedstrijd mag enkel beginnen indien elke ploeg minstens vier speelklare spelers, waarvan één als doelverdediger uitgerust, op het speelveld heeft.

Indien binnen de 2 minuten na het voorziene aanvangsuur de in gebreke zijnde ploeg niet de vereiste vier spelers heeft, mag de wedstrijd niet doorgaan.

 

Regel 3 - Artikel 2 – De doelverdediger.

 

Een ploeg mag niet aantreden zonder doelverdediger. In geval van uitwijzing of uitsluiting van de doelverdediger moet een andere speler in aangepaste uitrusting zijn plaats innemen.

Gelijk welke speler die aan het spel deelneemt, mag wisselen met de doelverdediger, voor zover de scheidsrechter wordt ingelicht en de wissel tijdens een spelonderbreking gebeurt.

 

BALBEHANDELING

 

Algemeen principe

 

In zijn doelgebied mag de doelverdediger, met inachtneming van volgende beperkingen, de bal met de handen en de armen spelen. Buiten dit gebied wordt hij beschouwd als een veldspeler en zal als dusdanig gesanctioneerd worden.

Indien tijdens het spel de doelverdediger de bal binnen zijn doelgebied raakt - of met de hand of met een ander lichaamsdeel - mag hij de bal oprapen of wegtrappen zolang de bal het doelgebied niet heeft verlaten. De bal moet dan binnen de vier seconden het doelgebied verlaten.

 

Wanneer de doelverdediger met de handen de bal opvangt en opnieuw in het spel brengt via een medespeler mag hij de bal alleen spelen met de voeten.

 

Bijzondere schikkingen:

 

Buiten deze voorschriften mag de doelverdediger en de speler zich niet bezondigen aan vertragingsmanoeuvres, die naar het oordeel van de scheidsrechter zouden neerkomen op opzettelijk tijdverlies. Iedere inbreuk op deze voorschriften wordt bestraft met een onrechtstreekse vrije schop, toegekend aan de tegenpartij, op de lijn die het doel- en strafschopgebied afbakent (en zo dicht mogelijk bij de plaats waar de overtreding werd begaan.

 

Regel 3 - Artikel 3 – Spelerswisseling.

 

Bij uitzondering van de doelverdedigers mogen er vliegende wissels uitgevoerd worden in gelijk welke wedstrijd.

Een wisselspeler mag onmiddellijk aan het spel deelnemen.

Iedere ploeg mag beschikken over maximum 3 wisselspelers, in de voorgeschreven uitrusting beschikken, inbegrepen een doelverdediger als dusdanig uitgerust.

 

Regel 4 - De scheidsrechter.

 

De scheidsrechter wordt aangeduid door het bestuur van de Lintse Liga.

Hij moet niet alleen de tijd opnemen en zorgen dat het spel de voorziene duur heeft, maar ook waken over de toepassing van de spelregels van de Lintse Liga.

De scheidsrechter leidt het spel volgens de van kracht zijnde regels en neemt alle beslissingen die zich opdringen. Hij mag echter alleen op zijn eerste beslissing terugkomen indien het spel nog niet hernomen is. De scheidsrechter heeft de onbeperkte bevoegdheid het spel te onderbreken voor iedere overtreding van de spelregels. In zijn tussenkomsten zal hij zich onthouden van bestraffing indien hij meent de overtredende ploeg te bevoordelen. Hij mag bijgevolg niet op zijn beslissing terugkomen wanneer het vermeende voordeel niet geconcretiseerd wordt. Het toepassen van de voordeelregel mag geen beletsel zijn om indien nodig de passende disciplinaire sanctie te nemen.

De scheidsrechter heeft de onbeperkte bevoegdheid het spel te onderbreken of definitief te staken, zo hij dit nodig acht wegens interne of externe factoren, het gedrag van de toeschouwers of gelijk welke reden. Hij moet het spel onmiddellijk onderbreken indien een speler ernstig gekwetst is. Indien het een lichte kwetsuur betreft zal hij het spel onderbreken op het einde van de aan gang zijnde spelfase; een licht gekwetste speler mag niet op het speelveld verzorgd worden.

De scheidsrechter moet op het wedstrijdblad melding maken van alle ongevallen of kwetsuren met aanduiding van de juiste plaats van de kwetsuur.

 

Regel 5 – Ordemaatregelen.

 

Zaalverantwoordelijke:

 

Op elke wedstrijd is er een zaalverantwoordelijke, deze heeft al taak:

-     Steun aan de scheidsrechter.

-     Alle ongeregeldheden te noteren.

-     Kan en moet een verslag maken.

 

Regel 6 - De lijnrechter.

 

In de Lintse Liga kan er soms een lijnrechter fungeren bij belangrijke wedstrijden, deze is namelijk geen lijnrechter maar een tweede bijkomende scheidsrechter.

 

Regel 7 - Na de rust.

 

De ploegen wisselen van kamp. De aftrap wordt gegeven door een speler van de ploeg die niet de aftrap in het begin van de wedstrijd genomen heeft.

 

Regel 8 - Doelpunt na aftrap.

 

Wanneer de bal rechtstreeks in het doel van de tegenpartij belandt, is het doelpunt niet geldig en dient het spel hernomen met een doelworp door de doelverdediger.

Wanneer de speler, gelast met het geven van de aftrap, de bal rechtstreeks in zijn doel trapt, moet hij een officiële waarschuwing krijgen en de aftrap dient hernomen te worden.

 

Regel 9 - Artikel 1 - Tijdelijke onderbreking – Scheidsrechtersbal.

 

Wanneer het spel tijdelijk stilgelegd werd om een reden die niet in een spelregel voorzien is, zal het als volgt hernomen worden: de scheidsrechter laat de bal vallen op de plaats waar deze laatste zich bevond op het ogenblik dat het spel onderbroken werd. De bal is in het spel zodra hij de grond geraakt heeft.

Wanneer het spel stilgelegd werd terwijl de bal in het doelgebied was, moet de scheidsrechtersbal gegeven worden op de lijn die dit gebied afbakent, zo dicht mogelijk bij de plaats waar de bal zich bevond.

De scheidsrechtersbal moet hernomen worden

a)    wanneer de bal de doel- of zijlijn overschrijdt vooraleer hij door een speler aangeraakt werd;

b)    wanneer een speler de bal aanraakt vooraleer deze de grond raakt.

 

Regel 9 - Artikel 2 – Mogelijke gevallen voor een scheidsrechtersbal.

 

a)    vreemd voorwerp op het speelveld dat het spel of een speler beïnvloedt.

b)    overtreding van een speler buiten het speelveld terwijl de bal in het spel is.

c)    onregelmatig geworden bal tijdens het spel.

d)    gelijktijdige en even zware overtredingen begaan door twee tegenstanders

e)    spelonderbreking voor een gekwetste speler.

 f)    ongepast fluitsignaal van de scheidsrechter.

g)    fluitsignaal van een toeschouwer dat het spel of een speler kan beïnvloeden.

h)    spelonderbreking wegens de houding van officials of toeschouwers

 i)    val of ernstige kwetsuur van de scheidsrechter, waardoor het hem niet meer mogelijk

       is, het verloop van de wedstrijd te controleren.

 j)    elektriciteitspanne wanneer de bal in het spel is.

 

alle andere omstandigheden door de scheidsrechter te bepalen.

 

Regel 10 - Bal in en uit het spel.

 

De bal is uit het spel:

 

a)    wanneer hij volledig over een zij- of doellijn is gegaan, hetzij over de grond,

        hetzij in de lucht

b)    wanneer hij de zoldering of armaturen heeft geraakt.

c)    wanneer het spel door de scheidsrechter werd stilgelegd.

 

De bal is in het spel:

 

Op elk ander ogenblik is de bal in het spel van het begin tot het einde van de wedstrijd, ook in de hierna vermelde gevallen:

 

a)    indien hij in het speelveld terugkaatst na een doelpaal of een dwars lat te hebben geraakt.

b)    indien hij in het speelveld terugkaatst na de scheidsrechter of een grensrechter die

        zich binnen het speelveld bevinden, te hebben geraakt. Scheidsrechter en lijnrechter

        worden dus niet beschouwd als vreemde voorwerpen.

 

Regel 11 - Geldig doelpunt.

 

Buiten de uitzonderingen die in de spelregels voorzien zijn, wordt een geldig doelpunt aangetekend als de bal volledig door het doelvlak gegaan is. Het doelvlak is het vlak begrensd door de doellijn tussen de palen, de twee palen zelf en de dwars lat. Het doelpunt is niet geldig wanneer de bal door een speler van de aanvallende ploeg - de doelverdediger inbegrepen - opzettelijk met de hand of arm geworpen, geslagen of gedragen werd.

Een doelpunt mag niet gevalideerd worden indien de bal alvorens door het doelvlak te gaan, in aanraking komt met een vreemd voorwerp.

 

Naar boven

 

Indien dit feit zich voordoet:

 

a)    tijdens een gewone spelfase: het spel moet hernomen worden met een scheidsrechtersbal

       op de plaats van het contact, tenzij in het doelgebied, in welk geval de scheidsrechtersbal

       gegeven wordt op de lijn die het doelgebied afbakent zo dicht mogelijk bij de plaats

       waar de bal zich bevond.

b)    bij het nemen van een strafschop: het trappen moet hernomen worden

c)    wanneer, op het ogenblik dat de bal op het punt staat in het doel te gaan,

       een toeschouwer op het speelveld komt en tracht het doelpunt te verhinderen,

       moet de scheidsrechter het doelpunt toekennen, indien de toeschouwer de bal

       niet aanraakt. Wanneer de toeschouwer de bal wel aanraakt moet het spel stilgelegd

       worden en daarna hernomen worden met een scheidsrechtersbal op de plaats

       van het contact. Echter wanneer dit contact geschiedt in het doelgebied moet

       de scheidsrechtersbal gegeven worden op de lijn die dit gebied afbakent, zo dicht

       mogelijk bij de plaats waar de bal zich bevond. Wanneer de bal op een reglementaire

       wijze in het doel gaat nadat hij werd aangeraakt of van richting is veranderd door

       de scheidsrechter of de lijnrechter; indien ze zich binnen het speelveld bevinden,

       moet het gevalideerd worden.

       De ploeg die het grootste aantal doelpunten aangetekend heeft, is de winnaar

       van de wedstrijd; indien geen enkel doelpunt werd aangetekend of indien beide

       ploegen hetzelfde aantal doelpunten hebben gescoord, eindigt de wedstrijd onbeslist.

 

Regel 12 - Fouten en ongepastheden.

 

Artikel 1 – Rechtstreekse vrije schop.

 

Een speler die opzettelijk één der volgende fouten begaat dient bestraft met een rechtstreekse vrije schop, toegekend aan de tegenpartij.

 

Fouten op een tegenstander

 

a)    een tegenstander een trap geven of trachten te geven.

b)    een tegenstander een voetje lichten, d.w.z.: een tegenstander doen vallen of

       trachten te doen vallen, hetzij met het been of met de voet, hetzij door zich voor

       of achter hem te bukken.

c)    op een tegenstander springen.

d)    een tegenstander aanvallen op een gewelddadige of gevaarlijke manier.

e)    een tegenstander slaan of trachten te slaan:”naar iemand spuwen” wordt

       gelijkgesteld met slaan.

f)     een tegenstander vast- of tegenhouden, hetzij bij een lichaamsdeel hetzij bij een

       gedeelte van zijn uitrusting.

g)    een tegenstander duwen.

h)    zich voor, achter of opzij van een tegenstander op de grond werpen ten einde de bal

       met de voet te spelen (sliding).

i)     met de voetzool de bal blokkeren die zich in de voeten van de tegenstander bevindt,

       of op het ogenblik dat de tegenstander op de bal gaat trappen.

 

Fout met de bal

 

a)    de bal met de hand of met de arm spelen, d.w.z. hem dragen, slaan of voortbewegen met de hand of de arm.  Deze beschikking geldt niet voor de doelverdediger binnen zijn doelgebied, echter rekening houdend met de beperkingen. Een speler die tracht de bal met de hand of de arm te spelen, maar er niet in slaagt, mag niet bestraft worden.

 

Een speler mag zijn gezicht of onderbuik beschermen zonder dat er sprake is van een fout, zelfs als hij in het bezit van de bal blijft. Wanneer één van deze fouten door een speler begaan werd in zijn eigen doelgebied, moet de rechtstreekse vrije schop omgezet worden in een strafschop. Uitzondering hierop vormen de beschikkingen in verband met de foutieve tussenkomsten van een doelverdediger.

Bij het toekennen van de strafschop speelt het geen rol waar de bal zich bevindt op het ogenblik van de overtreding, als hij maar in het spel is.

 

Artikel 2 – Onrechtstreekse vrije schop

 

Een speler die opzettelijk één der volgende fouten begaat, dient bestraft met een onrechtstreekse vrije schop, toegekend aan de tegenpartij.

a)    spelen op een manier die door de scheidsrechter als gevaarlijk beoordeeld wordt voor de

       tegenstander, echter zonder dat er contact mag zijn, in welk geval een rechtstreekse vrije schop

       moet gegeven worden

b)    op zulke manier spelen dat het als gevaarlijk voor de speler zelf beoordeeld wordt

c)    op incorrecte wijze, dit wil zeggen zachtjes en met de schouder, een tegenstander aanvallen,

       wanneer de bal niet binnen spelbereik of in de lucht is.

d)    zonder de bal te spelen, de tegenstander met het lichaam hinderen, dit wil zeggen ofwel tussen

       de tegenstander en de bal lopen, ofwel zich zodanig in de richting van de bal opstellen dat men een

       hinderpaal voor de tegenstander is.

e)    de doelman van de tegenpartij incorrect aanvallen, of hem beletten de bal weg te werken wanneer

       hij deze in zijn doelgebied opgevangen heeft

f)     alle fouten tegen medespelers, scheidsrechter of lijnrechter

g)    een spelerswisseling niet volgens de regels uitvoeren: in dit geval moet de onrechtstreekse

       vrije schop gegeven worden op de plaats waar de bal zich bevond op het ogenblik van

       de overtreding. Echter wanneer de bal zich in het doelgebied bevond, moet de vrije schop gegeven

       worden op de lijn die dit gebied afbakent, zo dicht mogelijk bij de plaats waar de bal was.

h)    opzettelijk tijd winnen als de bal in het spel is.

i)     ieder onwelvoeglijk gedrag tegen tegenstanders, medespelers, officials of toeschouwers.

j)     op een medespeler leunen om de bal te spelen of trachten te spelen

k)    na de aanvang of herneming van het spel (behalve bij scheidsrechtersbal) de bal een tweede

       maal spelen alvorens deze door een andere speler werd aangeraakt; indien bij de aanvang of

       herneming van het spel een speler een zwaardere fout begaat, terwijl hij de bal een tweede maal

       aanraakt, moet de zwaarste fout bestraft worden.

 

Regel 13 - Vrije schoppen.

 

Er zijn twee soorten vrije schoppen:

-     De rechtstreekse vrije schop waarop rechtstreeks een doelpunt kan gemaakt worden tegen de overtredende partij;

-     De onrechtstreekse vrije schop waaruit niet rechtstreeks een doelpunt kan aangetekend worden. Indien de bal, alvorens door het doelvlak te gaan, aangeraakt of gespeeld is geweest door een andere speler dan deze die de schop heeft gegeven, is het doelpunt wel geldig.

 

Wanneer op een rechtstreekse of onrechtstreekse vrije schop, toegekend buiten de doelgebieden, de speler die gelast is met het trappen, de bal rechtstreeks in zijn eigen doel zendt, mag het doelpunt niet toegekend worden maar moet het spel hernomen worden met een hoekschop in het voordeel van de tegenpartij.

De scheidsrechter signaleert een onrechtstreekse vrije schop door de arm verticaal boven het hoofd te houden op het ogenblik dat de schop gegeven wordt. De scheidsrechter moet de arm opgeheven houden tot wanneer de bal aangeraakt wordt door een andere speler of niet meer in het spel is.

Op een rechtstreekse of onrechtstreekse vrije schop is de bal in het spel zodra hij, in het speelveld, de lengte van zijn omtrek heeft afgelegd. Indien een rechtstreekse of onrechtstreekse vrije schop toegekend wordt aan een speler in zijn eigen doelgebied, zal de bal in het spel zijn onmiddellijk na, in het speelveld, de lengte van zijn omtrek te hebben afgelegd en het doelgebied te hebben verlaten.

 

Om een vrije schop te kunnen toekennen moet:

 

a)    de scheidsrechter de fout gezien hebben en ze als opzettelijk beoordelen

b)    de fout op het speelveld begaan zijn, door een speler die aan het spel deelneemt de bal in het spel

       zijn op het ogenblik dat de fout begaan werd.

 

Opdat de spelherneming op een vrije schop conform de regels zou zijn is het nodig:

 

a)    Dat de bal stilligt op de plaats waar de fout begaan werd, behalve in de uitzonderingsgevallen

       voorzien door andere regels. Wanneer een vrije schop toegekend wordt aan de verdedigers in

       hun eigen doelgebied moet de bal gelegd worden op de plaats waar de fout begaan werd.

       De tegenstanders moeten buiten het doelgebied blijven en de doelverdediger mag de bal niet met de

       handen raken tot wanneer deze in het spel is. Indien de bal niet direct in het spel gebracht wordt,

       dus buiten het doelgebied, moet de vrije schop opnieuw gegeven worden. Wanneer een onrechtstreekse

       vrije schop toegekend wordt aan de aanvallers in het doelgebied van de tegenpartij moet de bal

       gelegd worden op de lijn die dit gebied afbakent, zo dicht mogelijk bij de plaats waar de fout begaan werd.

b)    Dat alle tegenstanders van de speler die de vrije schop geeft, zich op vijf meter van de bal

       bevinden en slechts dichterbij mogen komen wanneer de bal in het spel is.

c)    Indien een tegenstander van een speler die een vrije schop geeft tot minder dan 5 meter van de

       bal nadert vooraleer deze in het spel is, moet de scheidsrechter de vrije schop laten hernemen.

       De speler die de fout begaat moet een officiële waarschuwing krijgen en in geval van herhaling

       uitgewezen worden.

d)    Wanneer de tegenstanders een ‘muur’ zetten en weigeren zich op reglementaire afstand te

        plaatsen, moet de scheidsrechter een officiële waarschuwing geven aan de speler die zich

        het dichtst bij de bal bevindt.

e)    Wanneer vervolgens de spelers zich nog niet op reglementaire afstand plaatsen, moet de speler

        die zich het dichtst bij de bal bevindt, uitgewezen worden.

f)     Nochtans wanneer de speler die de vrije schop geeft ten einde hieruit eventueel voordeel te halen,

       niet wacht tot de tegenstanders zich op reglementaire afstand bevinden, dient het spel voortgezet,

       zelfs als de bal op een tegenstander die er te dicht bij staat terecht komt.

g)    De bal mag in gelijk welke richting getrapt worden behalve op een strafschop en bij de aftrap.

        In dit geval moet de bal vooruit getrapt worden.

h)    Wanneer bij het nemen van de vrije schop één of meerdere tegenstanders rondspringen,

       gebaren maken of schreeuwen met de bedoeling de speler die de vrije schop trapt af te leiden,

       moet hij of moeten zij een officiële waarschuwing krijgen wegens onbehoorlijk gedrag.

 

Naar boven

 

Regel 14 – Strafschop. (penalty)

 

Het trappen van een strafschop gebeurt als volgt :

a)    de bal moet door de speler die de strafschop neemt op de 6 meter lijn gelegd worden.

       De scheidsrechter is de enige die te oordelen heeft of de bal correct ligt.

b)    alle spelers, met uitzondering van de doelverdediger van de tegenpartij, moeten zich binnen

       het speelveld maar buiten het doelgebied bevinden en op minimum vijf meter van de bal.

c)    de doelverdediger van de tegenpartij moet met beide voeten op de doellijn tussen de doelpalen staan.

        Hij mag zijn voeten niet bewegen tot de bal getrapt is.

d)    de strafschopnemer moet met het gezicht naar het doel en de bal staan en mag

        bij het trappen zijn aanloop niet onderbreken.

e)    de strafschopnemer moet de bal voorwaarts trappen. Een tweede speler mag de strafschop

        verder verlengen tot in doel indien aan de overige punten van regel 13 voldaan wordt.

f)      wanneer de strafschopnemer de bal achterwaarts speelt, moet de strafschop hernomen

        worden en dient hij een officiële waarschuwing te krijgen.

g)    de toelating om de strafschop te trappen moet door de scheidsrechter met een fluitsignaal gegeven worden.

h)    uit een strafschop kan rechtstreeks worden gescoord.

 

Regel 15 - Intrap zijlijn en bal tegen plafond / armaturen.

 

Wanneer de bal volledig over de zijlijn buiten gerold of buiten gevlogen is, moet hij terug in het spel gebracht worden met een onrechtstreekse vrije schop, toegekend aan een tegenstander van degene die de bal het laatst heeft aangeraakt vooraleer deze buiten ging.

De bal moet op de zijlijn gelegd worden op de plaats waar hij is buiten gegaan. De bal is in het spel zodra hij de lengte van zijn omtrek heeft afgelegd binnen het speelveld.

Wanneer de bal het plafond of de armaturen boven het speelveld raakt, wordt een onrechtstreekse vrije schop toegekend tegen de ploeg waarvan een speler het laatst de bal heeft aangeraakt Het spel wordt hernomen met een onrechtstreekse vrije schop op de dichtst bij gelegen zijlijn ter hoogte van de plek waar de bal plafond of armaturen geraakt heeft.

Alle tegenstanders van de speler die de vrije schop neemt, moeten zich op minimum vijf meter van de bal bevinden. Ze mogen niet tot minder dan vijf meter van de bal naderen, vooraleer deze in het spel is. Indien dit niet gebeurd gaat de vrije trap naar de tegenpartij.

 

Regel 16 - Doelworp nadat de bal over de doellijn is buiten gegaan.

 

Een doelworp wordt aan de verdedigende partij toegekend:

 

a)    wanneer de bal volledig over de doellijn buiten gerold of buiten gevlogen is, met uitzondering van het

       doelvlak en het laatst door een aanvaller werd aangeraakt.

b)    wanneer een tegenstander de bal rechtstreeks in het doel heeft doen terechtkomen op een

       aftrap of op een onrechtstreekse vrije schop.

 

Een doelworp moet door de doelverdediger volgens de hierna vermelde voorschriften uitgevoerd worden:

 

a)    hij moet de bal terug in het spel brengen met de hand en van binnen zijn doelgebied;

b)    alle spelers van de tegenpartij moeten zich buiten het doelgebied bevinden en mogen er slechts

       inkomen nadat de bal in het spel is;

c)    de bal is in het spel zodra hij, in het speelveld, de lijn die het doelgebied afbakent,

       heeft overschreden.

Wanneer de doelverdediger de bal rechtstreeks buiten de zijlijn doet terechtkomen, moet het spel hernomen worden met een intrap toegekend aan de tegenpartij.

Wanneer de bal, nadat hij in het speelveld de lijn heeft overschreden die het doelgebied afbakent (6-meter-lijn), rechtstreeks over de doellijn buitengaat, moet het spel worden hernomen met een hoekschop, toegekend aan de tegenpartij.

 

De doelworp moet hernomen worden:

 

a)   wanneer de doelverdediger de bal niet met de hand en van binnen zijn doelgebied in het spel brengt;

b)   als een speler de bal raakt vooraleer hij in het spel is;

c)   wanneer de bal via de doellijn buiten het doelgebied gaat zonder de 6-meter-lijn te hebben overschreden;

d)   wanneer de doelverdediger een tweede maal de bal aanraakt vooraleer deze in het spel is;

e)   wanneer een speler van de tegenpartij zich in het doelgebied bevindt of er inkomt vooraleer de bal in

      het spel is.

 

Nadat de doelverdediger op doelworp de bal in het spel heeft gebracht is het deze niet toegestaan de bal, hem toegespeeld door een ploeggenoot, binnen zijn eigen doelgebied met enig lichaamsdeel aan te raken, tenzij de bal intussen werd geraakt of gespeeld door een tegenstander of na een spelonderbreking.

Iedere inbreuk op deze voorschriften wordt bestraft met een onrechtstreekse vrije schop in het voordeel van de tegenpartij. De bal dient gelegd op de lijn van het doelgebied, zo dicht mogelijk bij de plaats waar de bal was op het ogenblik van de overtreding. Nadat de doelverdediger op doelworp de bal in het spel heeft gebracht, is het deze niet meer toegestaan de bal buiten zijn doelgebied opnieuw te spelen, zonder dat de bal eerst geraakt werd door een tegenstrever of een ploeggenoot. Ieder inbreuk op deze regel wordt bestraft met een onrechtstreekse vrije trap in het voordeel van de tegenstrever op de plaats waar de doelverdediger de bal voor de tweede maal speelde.

De doelverdediger mag zich niet schuldig maken aan vertragingsmanoeuvres of aan opzettelijk tijdsverlies.

 

Naar boven

 


© Lintse Zaalvoetbal Liga